Inleiding jaarrekening

In financieel opzicht was 2017 een bijzonder jaar. We sluiten het jaar met een positief resultaat af van ruim € 0,8 miljoen en dat is gewoon mooi. Dat komt onder meer door een aantal meevallers. De grootste daarvan is geld dat we overhouden van een groot en duur project: de aanleg van tunnels onder het spoor. Dat we het jaar positief afsluiten is niet heel bijzonder, dat was bij eerdere jaarrekeningen ook wel zo. Wat deze jaarrekening bijzonder maakt is dat de financiële tegenvallers fors hoger uitvallen als dat we bij de tweede bestuursrapportage nog dachten. Drie daarvan lichten we toe.

Jeugd

Bij de tweede rapportage aan de gemeenteraad in het najaar 2017 dachten we dat we bij de uitgaven voor de jeugdzorg ongeveer uit zouden komen met het geld dat we daarvoor beschikbaar hadden. Nu blijkt bij de jaarstukken dat we daar fors op tekort komen. Over 2017 gaven we € 1,6 miljoen meer uit dan begroot. Maar ook over de jaren 2015 en 2016 hebben we nog kosten moeten maken. Hier hadden we al rekening mee gehouden. Maar het bleek nog € 2,2 miljoen meer.

Het Plein

In de tweede bestuursrapportage hebben we een aantal nadelen gemeld in de kosten van Het Plein. Deze nadelen van in totaal ruim € 3,8 miljoen gingen zowel over de uitvoering van het werk als over organisatiekosten. Aan de hand van de bijgestelde begroting van Het Plein over 2018 blijkt dat de uitvoering in 2018 nog een stuk meer kost dan we tijdens de laatste maanden van 2017 dachten. Dit heeft niet zozeer effect op het saldo van de jaarrekening. Wel is de reserve sociaal domein al zo goed als leeg, terwijl we tot voor een paar maanden dachten dat we daar nog een paar jaar mee vooruit zouden kunnen.

Loonsom

Verder hebben we bij de bestuursrapportage gemeld dat er een risico was voor een tekort op de loonsom. Dit is het budget dat we jaarlijks hebben voor het betalen van de salarissen van ons personeel en voor inhuur, de zogenaamde flexibele schil. Ook hierbij is er sprake van fors hogere kosten, uit deze jaarstukken blijkt een overschrijding van zo’n 10% van het budget. Hier is een verdere toelichting op deze overschrijding te lezen.

In control?

De vraag is wat dit betekent voor de financiële sturing. Zijn we genoeg ‘in control’ voor wat betreft onze budgetten? Die vraag hebben we onszelf natuurlijk ook gesteld. Voor een deel zijn voor en nadelen niet door ons te beïnvloeden en ook moeilijk te voorspellen. Veel gemeenten hebben de laatste jaren te maken gehad met onverwachte hogere kosten voor de uitvoering van de participatiewet en de jeugdzorg. We hebben daarom snel na de tweede bestuursrapportage gevraagd om een reële bijstelling van de begroting over 2018.

Door de grote instabiliteit van aan de ene kant de Rijksmiddelen en onze eigen uitgaven, kunnen we niet meer maanden van tevoren voorspellen wat het rekeningresultaat gaat worden. Maar de afwijkingen kunnen heel groot zijn, dat is nu wel gebleken. Daarom gaan we meer, vaker en anders de vinger aan de (financiële) pols houden. Hier gaan we ook zeker met de auditcommissie van de gemeenteraad over spreken. Het onderwerp interne beheersing stond daar al op de agenda. Dat gesprek zullen we nog steviger gaan voeren, zowel intern als met de auditcommissie.

Ingrijpen

Alles bij elkaar maakt de financiële positie het noodzakelijk om snel en adequaat in te grijpen. De voorspellingen zijn dat de kosten in het sociaal domein in 2018 verder toe zullen nemen. Dat betekent een uitgavenniveau dat tot gevolg heeft dat niet alleen de reserve sociaal domein binnenkort verdwenen is, maar dat ook de algemene reserve in korte tijd verdampt.

Dat vraagt om actie. We zijn inmiddels gestart met de uitvoering van een omvangrijke ombuigingsoperatie. De tekorten kunnen niet binnen het sociaal domein opgevangen worden. Daarom kijken we ook naar besparingsmogelijkheden binnen het fysieke domein en binnen bedrijfsvoering. Dit levert een pakket aan maatregelen op die het mogelijk maakt in 2018 besluiten te nemen die het financieel perspectief laat kantelen.
Verder: de kosten van het sociale domein zijn veel hoger dan het Rijk daarvoor beschikbaar stelt. Die boodschap blijven we, samen met andere gemeenten, ondubbelzinnig onder de aandacht brengen bij de VNG en in Den Haag.

Onze mogelijkheden om de uitgaven te beïnvloeden zijn op sommige terreinen klein of afwezig. Dat vraagt om heel veel financiële discipline op onderwerpen waar we die invloed wel hebben. Daar hebben we iedereen bij nodig. Budgethouders die hun taak uitermate serieus nemen. Maar ook wij als college- en raadsleden zullen bereid moeten zijn om duidelijke keuzes te maken. We moeten beseffen en elke dag laten zien dat besturen ook betekent: nee zeggen tegen zaken waar we misschien best graag ja tegen hadden willen zeggen. Maar die niet voldoende bijdragen aan de doelstellingen van de focusagenda. Die agenda is en blijft ons baken naar de toekomst. En maakt zo ook een financieel gezonde toekomst mede mogelijk.