Belastingen

De belangrijkste verklaring(en) voor het voordeel van € 843.000 zijn:

  • € 127.000 nadeel door een hogere bijdrage aan Tribuut. Hiertegenover staat een voordeel van € 167.000 voor opbrengst invorderingskosten. Begin 2017 is afgesproken dat de opbrengsten van invorderingskosten toekomen aan de gemeenten. Hiertegenover staat een hogere bijdrage aan Tribuut.
  • € 404.000 incidenteel voordeel op opbrengsten precariobelastingen. Uit voorzichtigheid is in de begroting 2017 € 1.584.000 opgenomen als opbrengst precariobelasting waarvan € 1.500.000 op kabels en leidingen. Uiteindelijk is er € 404.000 meer aan precariobelasting opgelegd. Overigens vervalt per 1 januari 2022 de mogelijkheid om precariobelasting te heffen voor kabels en leidingen.
  • € 440.000 incidenteel voordeel op de opbrengsten OZB. Dit voordeel is ontstaan door diverse oorzaken. Een deel van het voordeel is ontstaan door een structureel voordeel uit 2016. Dit voordeel was nog niet in de begroting 2017 verwerkt. Daarnaast was er in 2017 een meeropbrengst door een uitspraak van het Hof over woondelen op recreatieterreinen. Vanwege deze uitspraak kunnen meer woondelen op recreatieterreinen aangemerkt worden als woning. Ten slot is er een leegstandscontrole geweest. Dit heeft geleid tot extra aanslagen in de tweede helft van 2017.