Algemene baten en lasten

De belangrijkste verklaring(en) voor het nadeel van € 1.432.000 zijn:

  • € 321.000 incidenteel nadeel op dubieuze debiteuren. Aan de voorziening dubieuze debiteuren moet op basis van de openstaande debiteurensaldi een verplichte dotatie plaatsvinden. Hier is in de begroting geen rekening mee gehouden, waardoor dit tot een nadeel leidt.
  • € 72.000 voordeel door uitgestelde werkzaamheden voor de verzekeringen. Voor de taxatie van panden  en aanbesteding van de verzekeringsportefeuille was in de tweede bestuursrapportage geld aangevraagd. Deze werkzaamheden zijn verplaatst naar begin 2018. Gevolg van dit uitstel is dat in 2017 ook geen onttrekking uit de saldireserve ter dekking van de kosten hoeft plaats te vinden. In de raadsvergadering van 15 januari 2018 is er een voorstel behandeld over de verzekeringsportefeuille. De werkzaamheden voor taxatie en aanbesteding van de verzekeringsportefeuille die in 2017 niet hebben plaatsgevonden zijn meegenomen in het raadsvoorstel van 15 januari 2018.  
  • € 325.000 structureel nadeel door een niet gerealiseerde taakstelling op het sociale domein uit het Koersdocument. In het Koersdocument is afgesproken dat in 2017 € 325.000 bezuinigd moet worden op de uitvoeringskosten van het sociaal domein. In de tweede bestuursrapportage is al aangegeven dat we ons zorgen maken of we deze taakstelling wel halen. Deze taakstelling is onderdeel gemaakt van de denklijn ‘sterkere sturing in het sociaal domein’.
  • € 141.000 voordeel op de post ‘onvoorzien’. In 2017 is geen beroep gedaan op deze post.
  • € 100.000 voordeel op het af te dragen bedrag Vennootschapsbelasting. In de begroting is rekening gehouden met een af te dragen bedrag aan vennootschapsbelasting van € 100.000. Op dit moment is echter de verwachting dat over 2017 geen vennootschapsbelasting afgedragen hoeft te worden.
  • € 248.000 voordeel op diverse projecten uit de Bijstellingsnotitie. Een aantal van de in gang gezette projecten lopen nog. Afronding vindt de komende maanden plaats. De lagere uitgaven hebben ook een lagere onttrekking aan de saldireserve tot gevolg.
  • € 49.000 nadeel op de uitgaven voor voormalig personeel. Dit nadeel is door verschillende oorzaken ontstaan. Ten eerste is het ABP in 2017 begonnen met het versneld incasseren van de pensioenpremie voor ex-werknemers. In 2017 is pensioenpremie betaald over de jaren 2015, 2016 en 2017. Ten tweede heeft de gemeente vanaf juni 2017 een aanvullende uitkering moeten betalen voor een ex-werknemer.
  • € 107.000 incidenteel voordeel op het budget voor organisatieontwikkeling. Dit budget is in 2017 voornamelijk ingezet voor de Zutphen Academie, Zutphen ontmoet Zutphen en verdere doorontwikkeling van de organisatie. Omdat veel met eigen mensen is gedaan zijn de kosten lager dan gepland.
  • € 141.000 voordeel op het in 2017 beschikbaar gestelde geld voor de speerpunten. Het feit dat niet alle middelen in 2017 besteed zijn heeft te maken met het gegeven dat er in de beginfase tijd is gaan zitten in de aanloop van de werkzaamheden, en met de complicerende factor dat de besteding vaak ook gekoppeld is of afhankelijk is van initiatieven van externen. Dit is vaak niet afdwingbaar vanuit de positie van de gemeente. Een bedrag van € 348.000 is via een raadsbesluit van 18 december 2017 (nr. 2017-0167) overgeheveld naar 2018 en daarmee beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het programma in dit jaar. De lagere uitgaven hebben ook een lagere onttrekking aan de reserve vrij besteedbare middelen tot gevolg.
  • € 1.270.000 nadeel op het in de begroting verwachte voordeel op de kapitaallasten. Dit nadeel is door diverse oorzaken ontstaan:
    • Er is meer rente toegerekend aan de reserves en voorzieningen. Dit vanwege de hogere stand van de reserves bij de jaarrekening 2016  dan waar bij de begroting 2017 rekening mee was gehouden.
    • De rentelasten van investeringen waren lager dan begroot. Dit levert een voordeel op in de diverse exploitatiebudgetten vanwege lagere kapitaallasten (zie toelichtingen). Op de kostenplaats kapitaallasten geeft dit een nadeel. Per saldo heeft dit dus geen invloed op het resultaat.
    • Bij het opstellen van de begroting zijn de verwachte rentebaten hoger ingeschat. Zowel bij de kapitaallasten als bij de uitgezette geldleningen zijn opbrengsten geraamd. Dit veroorzaakt een nadeel bij de kapitaallasten.
  • € 227.000 nadeel door lagere onttrekkingen aan diverse reserves ten behoeve van dekking kapitaallasten. Tegenover deze lagere onttrekking staan ook lagere lasten voor kapitaallasten.
  • € 320.000 incidenteel voordeel door vrijval vanuit de voorziening woningbouwprogrammering. De benodigde hoogte van de voorziening is lager geworden.
  • Per saldo € 505.000 incidenteel nadeel als gevolg van een nog te betalen bedrag aan de  belastingdienst n.a.v. een BTW controle.